Voorbeeldvragen
Hieronder vind je enkele vragen uit de Taaltoets Nederlands. Ze geven een beeld van wat je kunt verwachten van de toets zoals die aan het begin van het academisch jaar 2011-2012 wordt afgenomen. (Van de categorie Structuur is geen voorbeeldvraag opgenomen.) Dit is uiteraard maar een kort voorbeeld – lees hier meer informatie over de toets.
Spelling en interpunctie
1. Is het vetgedrukte woord goed of fout gespeld?
De colleges van die professor lopen altijd uit, omdat hij uitwijdt over bijzaken.
o goed
o fout
2. Vul de juiste vorm van het werkwoord in.
Dit moet nog verder _____ worden.
o ontwikkelt
o ontwikkeld
o ontwikkeldt
3. Wat moet er staan op de plaats van het hekje (#)?
De AFM adviseert # 'Vraag je bank of tussenpersoon hoeveel financieel risico je loopt bij de aanschaf van beleggingsproducten.'
o komma (,)
o dubbele punt (:)
o puntkomma (;)
Woordenschat/woordkeuze
4. Door welk woord zou je het vetgedrukte woord in de volgende zin kunnen vervangen?
De Gemeente Rotterdam treft maatregelen om malafide huiseigenaren te identificeren.
o zieke
o betrouwbare
o onbetrouwbare
o ongezonde
5. Kies de juiste betekenis van de volgende uitdrukkingen, zegswijzen en spreekwoorden.
In dezelfde vijver vissen.
o Elkaars concurrent zijn
o Altijd precies hetzelfde doen
o Samenwonen
6. Vul het juiste voorzetsel in.
In de 14e eeuw bezweek een derde van alle Europeanen ______ de pest.
Grammatica
7. Selecteer de juiste werkwoordsvorm.
Een enkeling uit de groep bergbeklimmers ______ de top.
o bereikte
o bereikten
8. Selecteer het juiste woord.
De politie controleerde ruim 200 automobilisten, maar geen van ______ had te veel gedronken.
o hen
o hun
9. Selecteer het juiste verwijswoord.
De regering heeft ______ zin gekregen: de bezuinigingen op het onderwijs gaan door.
o haar
o zijn
o hun
10. Selecteer de correcte zin(nen). Indien meerdere zinnen correct zijn, dien je alle correcte zinnen aan te vinken.
Gisteren zagen we een meisje uit onze tennisgroep van komend jaar.
o Is dit het meisje dat we bij het station zagen?
o Is dit het meisje deze we bij het station zagen?
o Is dit het meisje die we bij het station zagen?
o Is dit het meisje wie we bij het station zagen?
Formuleren, stijl
11. Geef aan of de volgende zin goed of fout geformuleerd is. Het gaat hierbij NIET om spelling en interpunctie, maar om onjuiste formuleringen zoals foutieve woordkeuze, contaminatie, verhaspeling, pleonasme, etc.
Hij raakte in een psychose terecht.
o goed
o fout
12. Selecteer het juiste woord.
Zijn salaris was twee keer zo hoog ______ het mijne.
o als
o dan
Nieuwsgierig naar de antwoorden? Klik hier.
IFRAME